Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

In een wereld met een groeiende vraag naar vlees, een wereldwijde klimaatcrisis en zorgen over het welzijn van mens en dier doen veeartsen hun werk. Dagelijks balanceren ze tussen verschillende en vaak tegengestelde waarden en belangen. ‘De rol van veeartsen is tot op heden onderbelicht gebleven, terwijl zij cruciaal zijn voor de regulering en innovatie van de intensieve veehouderij’, aldus UvA-antropoloog Else Vogel die onderzoek doet naar de dagelijkse werkpraktijk van veeartsen. ‘Als we hun dilemma’s in kaart krijgen, kan dat helpen om de uitdagingen rondom de intensieve veeteelt en goede voedselproductie aan te pakken en bijdragen aan de discussie erover.’

Else Vogel
Else Vogel

Wereldwijd neemt de welvaart toe en daarmee stijgt de vraag naar dierlijke producten. Nederland is de op een na grootste landbouwexporteur van de wereld. Nergens ter wereld leven mens en (boerderij)dier zo dicht op elkaar als in ons land. Maar de intensieve veehouderij komt steeds meer onder druk te staan door zorgen over dierenwelzijn, de overdracht van (infectie)ziekten van dier op mens en de milieurisico’s die de landbouwsector met zich meebrengt. ‘Kijk alleen al naar alle discussies die ontstonden na de uitbraken van Q-koorts of de recente Covid-besmettingen in nertsfokkerijen’, licht Vogel toe. ‘Maar bijvoorbeeld ook de stikstofcrisis leidt tot dilemma’s: houden we koeien of bouwen we huizen? Al deze kwesties zorgen voor toenemende spanningen en een grote druk op de intensieve veeteelt om tot hervormingen te komen. Tegelijkertijd zijn de economische belangen groot, voor de boeren maar ook voor Nederland als geheel.’

‘De verschillende stakeholders beroepen zich vaak specifiek op één issue – dierenwelzijn, de gezondheid van mensen, het milieu of de economie – om te beargumenteren wat rechtvaardig, verstandig of noodzakelijk is’, vervolgt Vogel. ‘Dit leidt in de regel tot impasses, omdat de partijen langs elkaar heen praten. Maar we kunnen alles wat speelt niet los van elkaar behandelen. Als we bijvoorbeeld alleen naar de milieuproblematiek kijken, lijkt het ophokken van dieren een goed idee, maar wat betekent dat voor het welzijn van dieren? Aan beleidsmakers de moeilijke taak om met effectief beleid te komen waarin al de verschillende zorgen geadresseerd worden.’

Zorgverlener, adviseur en ‘gezicht van de regeltjes’

Het is volgens Vogel daarom heel relevant om te kijken naar de werkpraktijk van veeartsen in Nederland, en hoe zij bijdragen aan veranderingen in de veeteeltsector. ‘Een veearts is veel meer dan een dierendokter. Hij of zij behandelt niet alleen dieren om ze gezond te houden; de veearts adviseert boeren ook over hun bedrijfsvoering en houdt daarnaast toezicht op naleving van de wet- en regelgeving rondom dierenwelzijn en voedselveiligheid’, vertelt Vogel. ‘Enerzijds werkt de veearts dus mee op het bedrijf en werkt hij samen met de boer aan verbeteringen door bijvoorbeeld te adviseren over goede zorg en preventie voor de dieren of over technologische innovaties. Anderzijds moet de veearts toezicht houden op de naleving van wettelijke richtlijnen  en het voldoen aan kwaliteitssystemen en voorwaarden die worden gesteld door bijvoorbeeld de zuivelbedrijven. De boer moet aan veel eisen voldoen en bovendien veranderen die eisen steeds weer. Het is vaak aan veeartsen om veehouders op zulke veranderingen te wijzen. Dat zorgt voor irritaties en soms frictie richting veearts die het ‘gezicht van de regeltjes’ dreigt te worden.’ 

‘Veeartsen staan eigenlijk met één been in en één been buiten de sector. Dit brengt hen vaak in moeilijke posities. Met hun driedubbele rol als zorgverlener, adviseur en controleur balanceren ze tussen de verschillende waarden en belangen die rondom de veehouderij spelen. Ik breng in kaart met welke dilemma’s veeartsen te maken hebben, welke afwegingen ze maken en hoe ze onderhandelen om ‘het juiste’ te kunnen doen. Dat kan leiden tot beter inzicht in de omstandigheden die dergelijke onderhandelingen mogelijk maken of juist belemmeren.’

Zelfreflectie

In haar onderzoek interviewt Vogel veeartsen, maar ook beleidsmakers en vertegenwoordigers van toezichthoudende instanties. Daarnaast doet ze observaties door mee te lopen met de veeartsen in hun dagelijkse werk. Vogel: ‘Observaties van de interactie tussen veearts, boer en dier leveren een schat aan informatie op en zijn essentieel voor mijn onderzoek. Helaas heb ik door de coronapandemie nog niet veel kunnen meelopen en heb ik tot dusver vooral interviews gedaan. Gelukkig staan zowel de veeartsen als de boeren erg open voor mijn onderzoek. De veeartsen waarderen het erg om te kunnen reflecteren. In hun dagelijkse werk, dat ze in de regel alleen doen, is daar vaak geen ruimte en tijd voor, terwijl ze wel met bepaalde dingen zitten. Ook vanuit de veehouders zijn de reacties tot dusver positief. Natuurlijk zijn ze ook een beetje beducht, maar ze zijn vooral heel trots op hun werk en hun bedrijf. En ze willen graag dat het algemene publiek een beter beeld krijgt van wat er speelt in hun sector. Wat trouwens helpt is dat ik zelf van het platteland kom en niet uit de stad. Dat praat toch makkelijker.’

Het dier in onze samenleving

Vogel wil met haar onderzoek concrete input leveren voor het debat over goede voedselproductie en tegelijkertijd beleidsmakers meer inzicht geven in hoe regelgeving uitpakt in de praktijk. Ook hoopt ze te kunnen bijdragen aan de zelfreflectie binnen de veterinaire beroepsgroep. Een ander belangrijk doel is de maatschappelijke discussie over mens-dierrelaties verder brengen. Vogel: ‘Veel mensen vinden het doodnormaal om hun hond als familielid te zien, maar dieren in de vleesindustrie blijven voor veel mensen onzichtbaar. Maar ook in de veehouderij zijn dieren meer dan eigendom of levensmiddelen. Het zijn levende wezens met wie boeren en veeartsen werken en leven. Op welke manier laten ze zich horen, en luisteren we wel? Ik zie het als mijn uitdaging om dat zichtbaar te maken, en zo ons beeld van deze dieren te verrijken.’

Met alle betrokkenen

Het doel van Vogel is niet om te oordelen of dingen langs de lat te leggen. ‘Mijn onderzoek is mede ingegeven door zorgen over het lot van dieren, maar tegelijkertijd grijpt de lastige positie waarin boeren zitten me aan. Ik wil vooral vooronderstellingen bevragen en de complexiteiten in kaart brengen om zo bij te dragen aan een betere toekomst van de sector. En dat alles op basis van een goed begrip van de praktijk en met alle betrokkenen – niet óver hen. Een van de belangrijkste vragen aan de veeartsen is dan ook: wat vinden jullie er zelf van?’

Het onderzoek van Vogel wordt gefinancierd met een door haar in 2019 verworven Veni-subsidie van NWO.