Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

Ze zijn beiden 20 jaar oud, doen een bachelor én deden een beroep op het noodfonds dat de UvA samen met het Amsterdams Universiteitsfonds opzette nadat Rusland Oekraïne binnenviel. De oorlog in Oekraïne zette de levens van de Oekraïense Borys en de Russische Anna* volledig op zijn kop.

Op 24 februari 2022 valt Rusland Oekraïne binnen. Waar was je op dat moment?

Borys: ‘Ik wilde net naar bed gaan en keek nog de livestream van de toespraak van Poetin op YouTube. Vlak daarna sms’te een vriend uit Oekraïne dat hij net explosies had gehoord in de buitenwijken van de stad waar ik vandaan kom. Ik was zwaar geschokt en belde direct mijn familie om te vragen of ze veilig waren en wat ze van plan waren te doen.’

Anna: ‘Ik was helemaal de weg kwijt. Ik wilde het liefst onzichtbaar worden om de realiteit niet onder ogen te hoeven komen. Ik dacht dat we inmiddels geleerd hadden om met woorden te onderhandelen, niet met wapens. Ik had die dag afspraken en colleges. Omdat ik nog niet precies wist wat er aan de hand was, besloot ik naar de universiteit te gaan. Daar zag ik iedereen discussiëren, verhalen posten en vragen stellen. Ik was blij te zien dat iedereen bezorgd en betrokken was, maar tegelijkertijd voelde het dubbel vanwege mijn Russische nationaliteit.’

Was je bezorgd om je familie? Hoe moeilijk is het om op zo'n moment ver weg te zijn?

Anna: ‘Het is heel moeilijk om nu van elkaar gescheiden te zijn. Vooral omdat je meer emotionele steun kunt ervaren als je dicht bij elkaar bent. Ik ben echter heel blij dat ik mijn vrienden heb en dat iedereen probeert online samen te zijn, om zo de fysieke afstand te overbruggen.’

Borys: ‘Het is heel lastig om me te concentreren op mijn studie, want ik blijf maar nadenken over wat er met mijn familie had kunnen gebeuren. Ik bel voortdurend naar huis om te vragen hoe het gaat. Het beste wat ik nu kan doen is afstuderen aan de UvA en hier in Amsterdam een baan vinden. Mijn familie wil ook graag dat ik hier in Nederland blijf.’

Anna: ‘Mijn vader en moeder geven mij mentale steun zo veel zij kunnen - en ik probeer hen ook van mijn kant te steunen. Dit houdt ons samen, en samenzijn maakt ons sterker. Helaas is het door de extreme propaganda in het Russische nieuws moeilijk om met sommigen van mijn niet zo naaste familieleden te blijven praten. Het is erg triest dat we nu ook als gewone mensen tegenover elkaar komen te staan.’

Er was bij de UvA grote behoefte bij elkaar te komen om gevoelens te delen en ontwikkelingen te bespreken. Hoe zie jij dat?

Borys: ‘Ik was zeer verbaasd toen ik, toen het allemaal begon, in Amsterdam op daken, balkons en ramen de Oekraïense vlag zag hangen. Tot februari van dit jaar wisten de meeste van mijn internationale vrienden niets over mijn land. Dat veranderde met het uitbreken van de oorlog. Ze vroegen hoe het met mij en mijn familie ging. Mijn antwoord was iedere keer hetzelfde: we zijn totaal ontredderd en onzeker over de toekomst.’

Anna: ‘Ik ben erg dankbaar voor de steun en de betrokkenheid van de universiteit, ook van de studieadviseurs. Dit betekent veel voor mij. De mensen hier begrijpen dat er een wezenlijk verschil is tussen het volk en de regering in mijn land. Wij, Russen, hebben niet gekozen voor deze oorlog. Dankzij het noodfonds kan ik hier blijven en doorstuderen’.

Er is ook kritiek op het besluit van universiteiten om ook Russische studenten te helpen. Critici vinden dat het leed onvergelijkbaar is en dat hulp aan Russische studenten in strijd zou zijn met de opgelegde sancties. Hoe kijk jij daarnaar?

Borys: ‘Ik ben het enigszins eens met de stelling dat hulp aan Russische studenten in strijd zou zijn met de opgelegde sancties, maar ik kan niet normaal leven in de wetenschap dat er Russische studenten zijn die door de sancties worden getroffen en de schuld krijgen van de dood van Oekraïners, enkel en alleen omdat zij de Russische nationaliteit hebben.’

Anna: ‘De situatie voor de Oekraïners is zeker veel ernstiger dan voor de Russen of Wit-Russen. Sommigen hebben familieleden verloren, anderen hun huis. Dit is een veel groter probleem dan niet naar Rusland kunnen reizen, de tweemaal hogere prijs van de euro, of de moeilijkheden om geld over te maken. Door de oorlog vind ik het moeilijk om te accepteren dat ik Russisch ben en dit met anderen te delen. Gewoonlijk is de volgende vraag na ‘hoe heet je?’ ‘waar kom je vandaan?’ - en hier begint mijn denkpauze - gewoon omdat ik niet weet hoe mensen zullen reageren. Ik voel me er kwetsbaar door, maar dat staat natuurlijk in geen vergelijk met wat Oekraïners nu moeten ervaren. Toch heb ik ook de hulp van fonds nodig: mijn ouders zijn net hun baan kwijtgeraakt en we hebben daardoor geen inkomsten meer.’

Welke gevolgen hebben de sancties van de westerse landen voor jou persoonlijk?

Borys: ’De opgelegde sancties helpen echt om geldtransfers voor oorlogsfinanciering te blokkeren. Ik begrijp dat, afgezien van militaire hulp, het bevriezen van tegoeden de enige massale en effectieve steun is die westerse landen aan Oekraïne kunnen geven. Tot op zekere hoogte was ik enorm opgelucht door dergelijke maatregelen, maar tegelijkertijd voelde ik me schuldig tegenover mijn vrienden uit Rusland en Wit-Rusland, die moeite hadden om geld over te maken of hun Europese creditcards op te waarderen.’

Anna: ‘Mijn vader had een klein bedrijf dat volledig afhankelijk was van internationale leveranciers van materialen. Hij moest zijn zaak sluiten, maar nog wel de rest van de rekeningen betalen. Mijn moeder werkte voor internationale bedrijven die zaken doen met Rusland en daar nu mee zijn gestopt. Zij heeft dus ook geen baan meer. Ik ben heel dankbaar dat het UvA-noodfonds er is. Voor nu kan ik mijn studie afmaken, zonder te hoeven denken aan het niet kunnen betalen van de huur. Het fonds komt op tijd, is belangrijk en wordt erg gewaardeerd.’


(*)Anna is een gefingeerde naam. Uit angst voor negatieve reacties wil de 20-jarige Russin anoniem haar verhaal doen. Haar echte naam is bij ons bekend.