Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Erik Verlinde

Erik Verlinde

Wie: Erik Verlinde (1962)
Wat: Hoogleraar Theoretische Natuurkunde
Studie: Natuur- en Wiskunde (aan de Universiteit Utrecht)
Eerste baan: Verkoper bij de V&D, op de afdeling campinggoederen
Favoriete plek op de UvA: Gebouw 904 op Science Park, een plezierig gebouw waar de studenten veel ruimte hebben
Onmisbaar: Goede collega’s, studenten en promovendi, met wie je kunt praten en samenwerken

Erik Verlinde is opgegroeid in een bètagezin en van kinds af aan geïntrigeerd door zwarte gaten, het heelal en de oerknal. Hij gaat Natuurkunde studeren, onder leiding van hoogleraar Gerard ’t Hooft. Hij promoveert vervolgens en werkt momenteel, samen met een internationaal team, het onderzoek naar zwaartekracht van zijn jeugdheld Stephen Hawking verder uit.

Er is nog zoveel te ontdekken. Maakt dat natuurkunde voor jou speciaal?

'Jazeker.  Ik was van jongs af aan geïnteresseerd in zwarte gaten, toen het alleen nog maar een vaag idee was dat ze zouden kunnen bestaan.  Ik heb altijd het gevoel gehad dat daar iets lag dat we nog niet goed begrepen en waar ik antwoorden op wilde vinden. Iets dat te maken heeft met die zwarte gaten maar ook, breder, met de ontwikkeling van het heelal en waar het vandaan komt, de oerknal, noem maar op. Nog steeds denk ik dat we daarover nog niet alles goed begrijpen.  Nu, zoveel decennia later, weten we dat ze er echt zijn. We zien bewijzen dat ze botsen en nu is er zelfs een foto van genomen. Heel bijzonder. Voor ons wordt het op deze manier alleen maar leuker. Als theoretici zijn we vooral bezig met abstracte ideeën op papier, maar als je er concreet naar kunt kijken, denk je er toch net iets anders over na. Onze taak als natuurkundigen is om de natuur te begrijpen. De vragen die we willen beantwoorden, komen rechtstreeks uit die natuur, anders dan bijvoorbeeld bij wiskunde, waar je zelf de vragen kunt formuleren. Dat maakt het een uitdagend vak.'

Wereldwijd is Amsterdam een belangrijke speler in het onderzoek naar de snaartheorie, zwaartekracht en zwarte gaten.

Hoe belangrijk is natuurkunde eigenlijk?

'We hebben binnen het onderzoeksgebied van de elementaire deeltjes en de zwaartekracht veel progressie geboekt in de afgelopen jaren. Toen ik ging promoveren, werd de snaartheorie ontwikkeld, die de zwaartekracht kon samenvoegen met andere deeltjes. Dat betekende een enorme vooruitgang in het onderzoek naar zwaartekracht. In een programma dat ik als tiener zag, kwam Stephen Hawking voor. Hij is een van mijn helden, omdat hij een van de eersten was die de relatie legde tussen de zwaartekracht, zwarte gaten en de kwantumwereld van het allerkleinste. Zijn onderzoek zijn we nu verder aan het uitwerken. Uiteindelijk hoop ik te realiseren dat er een nieuwe aanpak van die zwaartekracht gevonden kan worden. We zitten nu midden in de ontwikkeling om dat voor elkaar te krijgen en dat is heel spannend en interessant. Zonder natuurkundig soort onderzoek zou de technische wereld niet bestaan. Een van de onderwerpen waar mijn onderzoek dicht tegenaan ligt, is gebruik van kwantummechanica om computers te maken: kwantumcomputers. Het idee is dat berekeningen op die computers vele malen sneller kunnen gaan dan op gewone computers. Google heeft daar laatst een belangrijke stap in gemaakt en in een paar dagen een berekening opgelost die op een normale computer twintig jaar of langer zou duren. Door eerst na te denken over hoe die natuur in elkaar zit, was die technologische doorbraak mogelijk. Ik ben blij met hoe mijn vakgebied er nu voorstaat, het is een interessante tijd. Ik kan er nog wel even mee vooruit.'

Natuurkunde is de bètaopleiding bij uitstek, waarin we mensen opleiden die veel kunnen betekenen voor de samenleving.

Waar ben jij nou echt trots op?

'Ten eerste, dat we door de vragen die we stellen naast jonge onderzoekers ook veel enthousiaste, talentvolle studenten aantrekken. We hebben nu vijftig nieuwe masterstudenten uit binnen- en buitenland, dat is veel voor Theoretische Natuurkunde. De studenten die Theoretische Natuurkunde doen, worden getraind in het oplossen van allerlei vraagstukken. Ze leren een ontzettend goed probleemoplossend vermogen te ontwikkelen. Er gebeurt op dit moment veel op het gebied van Artificial Intelligence en robots. Om daar goed in te zijn, moet je een goede training hebben in het oplossen van allerlei problemen. Ik denk dat Natuurkunde, en Theoretische Natuurkunde in het bijzonder, een van de beste opleidingen is die je op dat gebied kunt krijgen. Dat levert mensen op die goed zijn in het omgaan niet-flexibele vraagstukken, maar ook omdat ze een goede systematiek hanteren: ze weten een probleem in stukken te hakken en kunnen analyseren waar de essentie zit. Zij zijn veel waard en die komen in groten getale bij ons vandaan. En ten tweede, omdat wij als theoretische natuurkundigen vragen kunnen beantwoorden die leven bij het algemene publiek. Robbert Dijkgraaf bijvoorbeeld speelt een belangrijke rol in het naar buiten brengen van wat wij onderzoeken. Ons onderzoek gaat over existentiële vragen als: waar komen we vandaan? We zitten in het beantwoorden van die vragen wereldwijd echt aan de top.. Ons onderzoek biedt niet meteen antwoorden, we weten vaak zelf niet eens wat eruit gaat komen, maar het is een investering in de verre toekomst. Voor mij is Natuurkunde de bètaopleiding bij uitstek, waarin we mensen opleiden die veel kunnen betekenen voor de samenleving.'

Je leert ingewikkelde dingen te vertalen naar begrijpelijke taal.

Wat is voor jou nou echt UvA-eigen?

'Het mooie van de UvA vind ik dat die is ingebed in de hele stad, het is echt de Universiteit van Amsterdam. De UvA is geworteld. Het contact van studenten met docenten loopt hier heel prettig, ze lopen gewoon bij me binnen. Daarnaast krijgen de studenten les van mensen die enthousiast over hun nieuwe onderzoek vertellen. We zijn ook meer nadruk gaan leggen op wetenschapscommunicatie, omdat het belangrijk is ons onderzoek over te brengen naar een breed publiek. Ik merk dat veel studenten dat leuk vinden. Veel van hen willen de kant van de wetenschapscommunicatie op en daarvoor is Theoretische Natuurkunde een goede basis. Je leert ingewikkelde dingen te vertalen naar begrijpelijke taal. Het is ook voor toekomstige studenten daardoor makkelijker om te weten wat voor onderzoek hier gebeurt.'