Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Maarten de Rijke

Maarten de Rijke

Wie: Maarten de Rijke (1961)
Wat: Universiteitshoogleraar Artificial Intelligence and Information Retrieval
Studie: Wijsbegeerte en wiskunde
Eerste baan: Vakkenvuller
Favoriete plek op de UvA: De Startup Village op Science Park, een co-working space die bestaat uit zeecontainers. Het is er rommelig, ongedwongen, er loopt een diverse groep mensen rond.
Onmisbaar: Mensen, creatieve frictie.

Maarten de Rijke reist na zijn schooltijd de hele wereld over, op zoek naar zijn bestemming. Hij vindt zoveel motivatie, dat hij daarna de studies Wijsbegeerte en Wiskunde beide cum laude afrondt én promoveert. Na diverse functies in binnen- en buitenland, keert hij terug naar de UvA en wordt hij benoemd tot Universiteitshoogleraar. En hij is er zeker van, dat robots ooit de wereld gaan overnemen…

Aan motivatie geen gebrek dus bij jou?

'Nee, inderdaad. Ik wilde ook altijd wat doen met de theorieën die ik ontwikkelde. Ik heb me gespecialiseerd op het gebied van vraag-antwoord-systemen. Zoekmachinetechnologie dus, waarmee je mensen aan informatie kunt verbinden. Ik onderzoek de mogelijkheid om een systeem te leren een echt antwoord te geven op een vraag. Dat werkt anders dan een gewone zoekmachine, die kijkt vooral of de documenten ruwweg over dezelfde dingen gaan als waar de zoekvraag over gaat. Die systemen zoeken grotendeels naar woordoverlap van de vraag met mogelijk passende documenten. Bij het zoeken naar een echt antwoord is woordoverlap meestal geen goede indicatie. Het antwoord zit juist niet in de vraag - daarom stel je hem. Een systeem moet dan zoeken naar woorden of zinsfragmenten die wezenlijk anders zijn dan de vraag die gesteld wordt. Dat maakt het lastiger. Het vinden van genoeg geschikte documenten waar systemen antwoorden uit kunnen halen, bleek uitdagend. Daar ben ik een beetje blijven hangen. Er komt een hoop machineleer en zelflerende technologie bij kijken, daar raakt mijn onderzoek aan de Artificial Intelligence.'

Mensen denken dat robots de wereld overnemen. Daar hebben ze gelijk in.

Hoe interdisciplinair is je onderzoeksgebied?

'Ik geef niet veel lessen meer, maar af en toe geef ik nog college in de master AI. Ik ben net benoemd tot Universiteitshoogleraar van de UvA. We zijn nu met zijn vijven. We worden een beetje losgeweekt uit onze eigen faculteit en moeten ons meer overkoepelend met alles bemoeien. Mijn stoel heet ‘Universiteitshoogleraar Artificial Intelligence and Information Retrieval’ en mijn plannen hebben dus betrekking op de zoekmachinetechnologie, op de stimulatie van onderzoek en kennisontwikkeling. Die technologie leeft niet in isolatie, daar zijn ook maatschappelijke aspecten en impact aan verbonden. Die moeten worden onderzocht in dwarsverbanden met andere disciplines, buiten de informatica, zoals rechten of sociale wetenschappen. En dan zijn er ook nog de ethische-juridische kaders die ik samen met filosofen onderzoek. Aan ons is het om samen op te trekken en op dwarsverbanden de wereld verder te helpen.'

Aan ons is het om samen op te trekken en op dwarsverbanden de wereld verder te helpen.

Artificial Intelligence, dat klinkt voor velen nog steeds futuristisch. Hoe ervaar jij dat?

'Mee eens. Mensen denken dat de robots de wereld gaan overnemen, dat we autonomie zullen verliezen, dat we menselijke waarden kwijtraken. Daar hebben ze gelijk in. Al vanaf de eerste keer dat we een instrument maakten, droegen we in zekere zin vaardigheden over naar iets anders. Het meest recente, overduidelijke voorbeeld is het navigeren. Kaartlezen kunnen we niet meer, dat doet onze telefoon veel beter. Machines kunnen beter veel informatie verwerken dan mensen, kunnen beter samenvatten, kunnen beter medische beelden interpreteren. In de nabije toekomst gaan er nog veel meer cognitieve vaardigheden aan apparaten overgedragen worden. Sommige mensen zijn bang: schieten we niet door? De angst die je nooit hoort, is: doen we niet veel te weinig? Als we ons door angsten laten blokkeren, blokkeren we ook meteen allerlei manieren om oplossingen te bedenken voor maatschappelijke problemen die we nu aan zien komen. Je moet natuurlijk niet blindelings vooruit hollen, maar je moet ook niet blindelings blijven stilstaan. Uiteindelijk moet je je bevolking blijven opleiden, je moet begrijpen wat er gebeurt, zodat je onderlegd kunt ingrijpen als dat nodig is.'

Door de vele campussen is de UvA verweven met de stad.

Waarin onderscheidt de UvA zich van andere universiteiten, volgens jou?

'Ik geloof dat er een zeker UvA-DNA bestaat. Dat komt door de verwevenheid met de stad, door het feit dat we niet één campus hebben, maar meerdere. Er is ook een soort koppigheid die mensen aan de UvA eigen is, een zekere hoofdstedelijke arrogantie. Dat niet negatief, constructieve frictie is juist goed. Het betekent soms dat beslissingsprocessen wat moeizamer gaan en wat langer duren, maar dat hoort erbij. Je hebt een langer voorbereidingstraject, je moet meer aftasten. Op de resultaten die je dan behaalt, mag je best trots zijn, daar is een beetje arrogantie soms best op zijn plaats. Daarnaast is de master AI de laatste jaren veel internationaler geworden. Dat geeft ook de lokale studenten een impuls. Van heinde en verre komen mensen hierheen, met maar één einddoel, namelijk vooruitkomen in de studie en iets boeiends.'