Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Pleun Aarts

Pleun Aarts

Wie: Pleun Aarts (1995)
Studie: Bachelor Future Planet Studies, master Biological Sciences, track: Ecology and evolution.
Eerste baan: Bij een Utrechtse ijswinkel.
Favoriete plek op de UvA: De koffiecorner bij het Science Park, daar werkt Sjeel, een lieve vrouw die altijd je naam weet, en wat je wil drinken.
Onmisbaar: Een statistiekboek.

Fervent kampeer- en natuurliefhebber Pleun Aarts komt uit een groot bètagezin. Uiteindelijk koos zij met haar bachelor Future Planet Studies toch voor een kruising tussen bèta en gamma en volgde de ecologische track. Het wel en wee van onze planeet en duurzaamheid liggen haar na aan het hart. Ze specialiseert zich momenteel met de tweejarige onderzoeksmaster Biological Sciences.

Liefde voor de natuur en toch een studie aan de UvA in een grote, drukke stad. Vertel.

'Ik wist  zeker dat ik naar Amsterdam wilde. Ik hou ervan dat er altijd wat gebeurt in de stad, ik vind het interessant als mensen wat minder in de pas lopen. De UvA is gezellig. Dat komt ook door de gebouwen op het Science Park. Ik voel me daar thuis, het is comfortabel en licht, je kunt mensen makkelijk vinden. Maar ik vind het ook interessant hoe mensen zich verhouden tot de natuur en hoe de natuur zich heeft aangepast, hoe die ook bepaalde veerkracht heeft. Ik was altijd al bezig met de toekomst van de aarde en met duurzaamheid en bij Future Planet Studies gaat het daar veel over.'

Biological Sciences is de ideale mix tussen theorie en praktijk.

Is het een studie waarbij je veel in je eentje binnenzit? Of word je ook wel eens losgelaten in de natuur?

'Nou, biologie is dus best wel concreet en redelijk 9-tot-5. Tijdens de studie werk je veel samen. Dat vind ik fijn, veel leuker dan in mijn eentje boeken lezen in de bieb. We leerden veel in de praktijk. Ja, dus wel eens achter de computer, maar ook vaak buiten gelukkig. We zijn bijvoorbeeld eens een week naar Noord-Frankrijk geweest. Daar moesten we zelf een onderzoek opzetten om te bekijken hoe een bepaalde zeewiersoort over de hele gradiënt van de kust groeide. We hebben ook eens acht dagen lang paleo-onderzoek gedaan in Drenthe. Paleo-onderzoek is een soort archeologie van de natuur. Aan de hand van pollen van duizenden jaren oud, kun je vaststellen hoe het klimaat vroeger was en hoe het landschap er toen uitzag. Overdag liepen we door bossen en determineerden we planten, ‘s avonds zaten we met een biertje achter de microscoop. Voor mij de ideale mix tussen theorie én praktijk.'

Science Park voelt als thuis.

Biedt je master genoeg houvast om je ambities na te streven?

'Mijn master is een onderzoeksmaster die twee jaar duurt. Het eerste half jaar volg je vakken, daarna doe je twee grote experimentele onderzoeken en een literatuuronderzoek. Mijn eerste experimentele onderzoek heb ik net afgerond. Dat ging over gewone tuinslakken en hoe ze zich hebben aangepast aan de stedelijke omgeving in Amsterdam. Het onderzoek was een citizen-science-project, waarbij mensen thuis ook mee konden doen. Een week lang deed ik het experiment samen met een schoolklas. De resultaten waren voor mijn onderzoek niet wetenschappelijk genoeg, maar de kinderen waren heel enthousiast. Ik merkte dat ik het leuk vind om verhalen te vertellen en te enthousiasmeren, dus daar zou ik meer mee willen doen. Daarom volg ik nu het ook vak Wetenschapsjournalistiek. Ik wil niet per se het onderzoek in, al vind ik het belangrijk en interessant.'

Je bent bezig met duurzaamheid en de toekomst van de aarde.

Noem één ‘les’moment dat je nooit meer zult vergeten.

'Toen ik begon met biologie, gingen we op een introductieweekend naar Texel. Tijdens het eerste college kregen we een film over kannibalisme te zien, waarin werd uitgelegd dat dat eigenlijk best normaal is en veel voorkomt in de natuur. Toen vond ik het opeens zo cool allemaal. Daardoor werd duidelijk dat wiskunde niet alleen abstract is, omdat je het bij zaken als kannibalisme heel concreet kunt toepassen. Zo maak je vakken als wiskunde veel tastbaarder, omdat je begrijpt wat de connectie is met minder abstracte dingen. Dat zal ik altijd blijven onthouden.'