Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Hoe vergaat het een mislukte wetenschapper die als spermadonor meer dan 400 nakomelingen heeft voortgebracht en door een rechterlijke uitspraak zijn geheim moet prijsgeven? Daarover gaat het nieuwste boek ‘De familie Wachtman’ van FdR-docent Informatierecht Christiaan Alberdingk Thijm. Het boek komt 20 januari uit bij uitgeverij Ambo|Anthos.

'De familie Wachtman' van FdR-docent Informatierecht Christiaan Alberdingk Thijm

De wetenschappelijke carrière van Philip Wachtman zit in een dip. Zijn promotieonderzoek over de anonimiteit van de spermadonor is overbodig geworden en hij dreigt gepasseerd te worden voor een benoeming als hoogleraar. Hoe anders vergaat het zijn vriendin, de stemactrice Freya de Koning, die zich op het hoogtepunt van haar roem bevindt. Maar er is een groot gemis. Freya is op haar 39ste nog kinderloos. 

Het ligt aan Philip, denkt Freya. Maar hij weet dat hij niet de oorzaak kan zijn. Wachtman heeft naar schatting namelijk 411 nakomelingen; het gevolg van uit de hand gelopen praktijkonderzoek bij de spermabank. Door een uitspraak van de rechter dreigt hij zijn levenswerk niet langer geheim te kunnen houden. Achtervolgd door zijn verleden en een studente die zegt zijn dochter te zijn, moet Wachtman op zoek naar zichzelf. Gaandeweg komt hij tot de conclusie dat hij niet is wie hij dacht te zijn …

De familie Wachtman vertelt het verhaal van een zaaddonor, een donorkind, een wensouder en een gynaecoloog. In de roman lopen de werelden van zaaddonoren en hun verwekte kinderen in elkaar over. Het verhaal speelt zich af tegen het decor van de rechtenfaculteit van de UvA, locatie Oudemanhuispoort. Enkele vragen aan de auteur. 

Waarom speelt het boek zich af aan de rechtenfaculteit? 

‘Hoewel de rechtenfaculteit nu niet meer op de Oudemanhuispoort is gevestigd, heb ik het verhaal daar wel gesitueerd. Aan die plek bewaar ik heel veel dierbare herinneringen. Eerst als student van 1991 tot 1996, daarna als onderzoeker en docent. In mijn boek voer ik het fictieve Instituut voor Familierecht op. Ikzelf ben verbonden aan het Instituut voor Informatierecht. Je begrijpt, iedere overeenkomst is volledig toevallig.’ 

In het boek ga je in op zaken die ook aan je eigen onderzoek raken zoals privacy. Zijn dit reële situaties? 

‘In het recht gaat het vaak om het vinden van het juiste evenwicht tussen botsende rechten en belangen. In mijn vakgebied, het informatierecht, zie je dat bijvoorbeeld bij perszaken. Iemand wordt ergens van beschuldigd in de krant. Dan botsen de vrijheid van meningsuiting en het recht op bescherming van de eer en goede naam. Hoe los je dat op? Eenzelfde botsing zie je bij het thema in mijn roman. Welk recht gaat voor: het recht om te weten van wie je afstamt of de bescherming van de anonimiteit van de donor. In mijn roman komt een fictieve rechtszaak voor. De rechter oordeelt dat kinderen van donoren met onmiddellijke ingang het recht krijgen om te weten van wie ze afstammen. Het zou best weleens kunnen dat de rechter ooit zo'n beslissing neemt.’ 

Je vorige boek (Het proces van de eeuw, red.) geeft een kritische blik op de wereld van de advocatuur. Is dat hier ook het geval?

‘Dit boek heeft vergelijkbare thema's als mijn vorige roman. In Het proces van de eeuw heeft de hoofdpersoon ook een geheim. Hij raakt verstrikt in zijn eigen leugens. Maar is dat niet de schuld van het systeem waarin hij werkt, de advocatuur? Zo'n boek zou je ook kunnen schrijven over de universitaire wereld. Denk aan de affaire Diederik Stapel. Dat is alleen niet wat ik met dit boek heb beoogd. Natuurlijk geeft het een inkijkje in de academische wereld met al zijn soms wereldvreemde trekken, maar het is meer een liefdevolle blik.’ 

Je bent advocaat, docent en onderzoeker. Waarom ben je fictie gaan schrijven?

‘Als ik een wetenschappelijk artikel of processtuk schrijf, dan heb ik heel helder voor ogen hoe het zit en wat ik wil schrijven. Bij een roman weet je dat nooit helemaal, het is meer een ontdekkingsreis. Je weet wel waar je heen gaat, maar niet wat je onderweg tegenkomt. Het spreekt weer een ander deel van mijn hersenen aan. Het schrijfproces is veel creatiever.’

Schrijver Christiaan Alberdingk Thijm

Over Christiaan Alberdingk Thijm 

Christiaan Alberdingk Thijm is naast schrijver ook advocaat en universitair docent Informatierecht. Na een studie Rechtsgeleerdheid aan de UvA, werkte hij bij het Zuidas-kantoor De Brauw Blackstone Westbroek. De jaren aan de Zuidas vormen de inspiratiebron voor zijn debuutroman Het proces van de eeuw.

In 1999 ging hij aan de slag bij het Instituut voor Informatierecht. Het waren de jaren van de dotcom hause en daarna crisis. De regulering van het internet is sindsdien altijd zijn onderzoeksterrein gebleven, ook als advocaat. Samen met anderen startte hij in 2001 het eerste advocatenkantoor dat zich toelegt op internetrecht. In 2013 is bureau Brandeis opgericht, een kantoor dat zich specialiseert in een vaardigheid, het procederen. 

Debat in SPUI25

Wat weegt zwaarder: het recht op anonimiteit van een spermadonor of het recht van een kind om te weten van wie het afstamt? Over dit hoofdthema uit het boek De familie Wachtman organiseert SPUI25 op 20 januari een debat.