Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Het is het jaar 1645. Amsterdam verkeert op het hoogtepunt van zijn macht. Maar het centrum van de stad ligt er desolaat bij. Naast het oude, aftandse stadhuis staan de geblakerde resten van de Nieuwe Kerk, die in de ochtend van 11 januari in vlammen is opgegaan.

De toren van de Gouden Eeuw

De wederopbouw begint direct. De ambities reiken letterlijk tot in de hemel. Burgemeester Willem Backer wil niet alleen het herstel van de kerk, maar ook een toren van meer dan honderd meter hoog. Na het heien van ruim zesduizend palen kan in 1647 de eerste steen van de toren worden gelegd. Maar een jaar later keert het tij. Backers tegenstrevers pleiten voor een nieuw stadhuis, dat al snel alle aandacht en financiële middelen voor zich opeist. Interne verdeeldheid en internationale spanningen leiden tot een verbeten machtsstrijd onder de Amsterdamse regenten. De toren wordt een speelbal in een conflict dat de verdeeldheid in de Republiek tot in zijn vezels blootlegt. De inzet is niets minder dan de macht over de rijkste stad ter wereld, een conflict tussen koopman en dominee, tussen gulden en God. 

De toren van de Gouden Eeuw

  • Gabri van Tussenbroek
  • Prometheus, Amsterdam 2017
  • ISBN 978 90 4463 478 5